De vloek van Boko Haram: terreur in Nigeria

Onveiligheid is niks nieuws in de etnisch-religieuze cocktail Nigeria. En toch, sinds midden juni lijkt er maar geen eind te komen aan de reeks moordende aanslagen in het land. Verantwoordelijk voor het bloedvergieten is Boko Haram, een ooit overwonnen verklaarde islamitische militie die de sharia wil installeren in het volkrijkste land van Afrika.

Zondagavond nog vielen er 10 doden bij een nieuwe bomaanslag op een café in Maiduguri, de hoofdstad van de noordoostelijke provincie Borno State. Gewapende mannen mikten vanop een rijdende brommer brandbommen in een bar die populair heette te zijn bij politieagenten. Die techniek is zowat het handelsmerk geworden van de gewapende Boko Haram-groep, die inmiddels al meer dan 700 dodelijke slachtoffers zou hebben veroorzaakt.

De vloek.

Precies twee jaar geleden wisten Nigeriaanse veiligheidstroepen een revolte onder leiding van Boko Haram te onderdrukken. Dat gebeurde grondig en agressief. Het bolwerk van de organisatie werd verwoest, een honderdtal medestanders werd geliquideerd en ook hun oprichter en roerganger, Ustaz Mohammed Yusuf, werd neergeschoten. Ongeveer een jaar bleef het -relatief- rustig in noord-Nigeria en van Bokom Haram werd niets meer vernomen. Tot de groep in september 2010 weer opdook met een serie bomaanslagen. Sindsdien heeft de beweging systematisch nieuwe aanslagen opgeëist op scholen, politiemensen, gematigde moslims en kerken.

Sinds midden juni 2011 zijn er bijna dagelijks aanslagen van steeds grotere orde, onder meer op het nationale politiebureau in de politieke hoofdstad van Nigeria, Abuja. Vraag blijft of de Nigeriaanse overheid, die de presidentsverkiezingen dit voorjaar verschillende keren heeft moeten uitstellen door oplaaiend etnisch geweld, het geweld zomaar kan stoppen.

Wie stopt Boko Haram?

President Goodluck Jonathan probeerde het nog met een compromis, waarin hij de militieleden dialoog en amnestie aanreikte. Naar alle waarschijnlijkheid zal dat de vloek van Boko Haram niet kunnen fnuiken. Ten eerste al omdat de leden niet vergeten zijn hoe hun leider brutaal gevangen en gedood werd door het leger. Ze koesteren wraakgevoelens. Ten tweede omdat de lokale bevolking zich weinig bereid toont om samen te werken met de autoriteiten. Militanten verlinken is gevaarlijk, maar er is meer. Door corruptie en muiterij zijn militairen een even groot gevaar geworden als Boko Haram zelf. Tot slot verschillen de president en het leger grondig van mening over de te volgen strategie. Zo prefereert het leger een stevig en ongeremd signaal, “Operation Flush”.

Geplaatst in Background | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Music maestro (Bis)

Voor ik me op drogere materie als het Nigeriaanse veiligheidsprobleem of de eerste fase van de Ghanese verkiezingen stort: een streepje muziek met (niet zelden hilarisch) beeld uit de buik van Afrika.

Geplaatst in Background | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Music maestro

Het was te merken aan de doodse stilte op deze blog: ik ben al een tijdje terug in Europa. Is dat het einde van dit schrijven? Liever niet.

Liever neem ik me voor om u op cruciale momenten te verblijden met analyse, duiding of een menselijk verhaal. West-Afrika staat voor een fascinerende periode. Ivoorkust likt de etnische en economische wonden van de burgeroorlog, in Burkina Faso breekt een onzekere periode aan voor het regime van president Blaise Compaoré en in Ghana groeit de kans dat president Mills bij de verkiezingen van 2012 uit het zadel gelicht wordt. Nigeria, dat dit jaar opnieuw een gewelddadige verkiezingsperiode kende, zal het gigantisch economisch gewin van zijn olievelden op een verantwoorde moeten investeren. Voor de veiligheid lijkt een eerlijkere verdeling van welvaart tussen de diverse regio’s en etnieën van primordiaal belang.

De bijdragen zullen dus niet meer live van aard zijn (tenzij een malloot me daartoe wil financieren), maar ze zullen wel nog steeds uit de buik van Afrika komen. Daarbij laat ik me assisteren door een stel voortreffelijke correspondenten.

Zoals ik al schreef, ben ik dus terug. Soms valt het zwaar om terug te zijn. Zo is het moeilijk geworden om begrip op te brengen voor onze Westerse problemen en probleempjes. Confronterend is vooral de gereserveerdheid van medemensen en de stilte in de publieke ruimte. Het is moeilijk met woorden te zeggen hoe ik het mis om in een trotro te zitten terwijl Ghanese of Nigeriaanse muziek tot krakens toe uit de boxen schalt. Noem het een therapie voor mijn gemis of een exotisch assortiment voor uzelf op deze zomerdag, hier volgt wat van het beste uit West-Afrika.

Geplaatst in Terzijde | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Tuaregs met smartphones

De Sahelstreek in het noordoosten van Burkina Faso herbergt een reeks legendarische markten. Wekelijks draven Malinese en Nigerese handelaars per dromedaris de woestijn door om er graan voor vee en sieraden te verhandelen. De meesten onder hen doen dat zoals ze dat al eeuwen doen: per dromedaris. Maar de wereld verandert. Wie het zich kan veroorloven doorkruist de woestijn met een Chinese brommer en een smartphone.

Die zondag in april baadt Oursi in een verzengende hitte. Aan de oevers van het meer, het befaamde “Lac d’Oursi”, ontmoeten handelaars elkaar tussen hun ezels, geiten en runderen. Er wordt onderhandeld, thee gedronken en gelachen. Een enkeling schiet plaatjes met een telelens maar dat wordt oogluikend toegestaan.

Over de verbindingsweg die tussen de zandduinen en het meer inloopt, komt een colonne vrachtwagens aangestoven. Wanneer de stofwolk optrekt, heerst er een bedrijvigheid van jewelste. Met veel geschreeuw worden 50 kilogram zware graanzakken van de vrachtwagens gegooid.

Wat verderop staan stieren in een met houten stokken omheind park. In de schaduw van een eenzame boom staan wat Tuaregs te flikflooien in een kring. Onverwacht richten ze simultaan hun armen naar het midden. In hun handen blinken zilveren smartphones. “We zijn aan het bluetoothen” vertellen ze lachend. “Heb je de nieuwste Malinese nummers al?” vragen ze nog. Ondergetekende weet geen antwoord. Die had ie niet zien aankomen, en al zeker niet vanonder dat traditioneel plunje.

Geplaatst in Background | Tags: , , , | 1 reactie

Ghana: vrede voor welvaart

Vormt de groeiende welvaartskloof tussen het noorden en het zuiden van Ghana een gevaar voor de zo geroemde stabiliteit van het land? Een analyse.

Terwijl de zuidelijke kustregio profiteert van de aanwassende economie, vergaat het het Ghanese hinterland beduidend minder goed. Het contrast is treffend: in het zuiden groeit een middenklasse die zich een Westerse levensstijl kan veroorloven, het noorden steunt nog met een been op voedselhulpprogramma’s om zijn bevolking van de hongerdood te redden. Econoom en Ghanaspecialist professor Tony Killick waarschuwt dat de kloof de voorbije jaren alleen maar dieper geworden is. “Dat is ongezond voor de economie van het land, maar het vormt ook een ernstige bedreiging voor de stabiliteit”, zegt hij.

Vooreerst: een koloniale erfenis

Het Ghanese contrast tussen een rijk zuiden en een arm noorden is nieuw noch uniek. Het wordt bestendigd door inferieure landbouw- en handelsmogelijkheden, maar het heeft zijn wortels in het koloniale verleden. Toen de Europeanen de kolonies verlieten, stond er een door hen opgeleide elite van kustbewoners klaar om het machtsvacuüm op te vullen. De heerschappij van die elite verscherpte het contrast tussen het ontwikkelende centrum en de structureel onderontwikkelde periferie. Het noorden kende geen politieke vertegenwoordiging en verpauperde verder terwijl het al met ongunstigere kaarten aan de start was verschenen: het drogere savanneklimaat leende zich minder tot intensieve landbouw en de afstand tot zowel zeehavens als kapitaalkrachtige afzetmarkten was moeilijk overbrugbaar.

Dat geografische onevenwicht vormde een voedingsbodem voor rebellenbewegingen, die zich niet zelden van etnische en religieuze elementen bedienden om het contrast te verscherpen en zo hun eisen kracht bij te zetten. Feit is dat tenminste een deel van de postkoloniale burgeroorlogen op die manier verklaard kan worden.

Vandaag: drijft het noorden naar de afgrond?

Volgens professor Killick heeft de Ghanese overheid de voorbije jaren veel te weinig aandacht besteed aan de structurele achtergesteldheid van het noorden. Het centrale gezag in Accra lijdt aan navelstaarderij en daardoor voelen de noorderlingen zich wat stiefmoederlijk behandeld. Grote overheidsprojecten en staatsinvesteringen gingen vaker naar Accra, Takoradi en Tema in het zuiden dan naar Tamale, Wa of Bolgatanga in het noorden.

Niet alleen zijn er nauwelijks wegenprojecten in het noorden, ook de aanwezigheid van het overheidsapparaat is er veel geringer. Dat gaat verder dan het aantal agenten en militairen op straat. het noorden beschikt over minder staatsziekenhuizen, scholen, universiteiten en dokters. Als een gevolg daarvan zijn er meer hardnekkige ziektes en is er een lagere levensverwachting. De uitzichtloze armoede heeft een economische vluchtelingenstroom, maar ook een inlandse braindrain naar het zuiden teweeggebracht. Zuiderlingen hebben die migranten met veel argwaan bekeken. In hun ogen zijn het concurrenten en -dat vooral- profiteurs. De spanning heeft ook een religieuze dimensie. Het overwegend christelijke zuiden beschouwt de komst van de overwegend islamitische noorderlingen als een frontale religieuze aanval.

Morgen: welvaart of instabiliteit

Wie straks in 2012 ook verkozen wordt als president van de republiek, kan maar beter rekening houden met die toenemende spanning. Vooreerst is er een inhaalbeweging nodig om het noorden op termijn hetzelfde niveau van ontwikkeling en welvaart te geven als het zuiden. Gezondheidszorg, transport en educatie zouden daarbij de prioriteit moeten krijgen. Als het centrale gezag nalaat zich om de groeiende kloof te bekommeren, dreigt het noorden verder naar de afgrond te glijden. Het is in de wanhoop voor die afgrond dat spanningen een gewelddadig karakter zouden kunnen krijgen.

Ghana is Ivoorkust niet

De spanningen tussen de regio’s moeten in perspectief gezien worden. Zelden komt het verder dan wat verhitte polemiek. En hoewel het au fond dezelfde tegenstelling is die aan de grondslag ligt van het conflict dat Ivoorkust gekend heeft, zijn er belangrijke verschillen die de situatie in Ghana een stuk minder urgent en explosief maken. Vooreerst is het contrast veel minder scherp in Ghana, zowel wat het verschil in rijkdom betreft, als wat de religieuze en etnische dimensie aangaat. De etnische en religieuze diversiteit van Ghana is groter en de religieuze verdraagzaamheid voorbeeldig. Daarbij heeft Ghana het verleden aan haar kant met twee democratisch verlopen machtswissels. Alle actoren in de samenleving weten welk een onbetaalbaar voordeel de stabiliteit, die haast uniek is in de regio, het land oplevert.

Tot slot hebben -anders dan in Ivoorkust, maar ook anders dan in België- de tegengestelde polen geen duidelijke politieke vertegenwoordigers. De grote politieke partijen (de regerende NDC, diens coalitiepartner CPP en de oppositiepartij NPP) ronselen stemmen in beide regio’s. Daarom zullen ze nooit campagne voeren op basis van verkiezingsbeloftes die slechts 1 van de 2 groepen ten goede komt. Nu is ook daar een bedenking bij te maken. Spanningen blijven dan wel weg van de politieke bühne, dat ze onuitgesproken zijn maakt hen zeker niet minder gevaarlijk.

Geplaatst in Background, Ghana news | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Ouagadougou na de storm

Vorige week woendag had Ouagadougou nog zo vredig geleken dat ik Facebookte “struint door een broeiheet maar sympathiek Ouagadougou”. Zo zie je maar hoe snel een situatie kan omslaan. In ieder geval heb ik verrekt veel mazzel gehad. De dag nadat ik de bus naar het afgelegen Gorom-gorom genomen had, barstte in Ouaga de hel los. Vrijdagavond werd er niet alleen in de lucht geschoten, vrijwel alle winkels werden met geweld bestormd en leefgeroofd en ook in het hotel waar ik de nacht voordien verbleven had, plunderden militairen de kamers. Daarbij gebruikten ze geweld.

Veel informatie kon ik op dat moment niet verkrijgen in de verpauperde dorpjes in de Sahel, op zo’n 350 kilometer van de hoofdstad. Zondagavond, toen ik na drie dagen woestijn weer in Gorom-gorom aankwam, werd duidelijk dat het in Ouaga, maar ook in andere plekken waar ik onvermijdelijk langs moest als ik weer in Ghana wilde geraken, niet “tranquille” geweest was. Het nationale stopwoord moest wijken voor ongerustheid en paranoia.

Terug in Ouaga

Iedereen die een uniform droeg was verdacht, bij de politiecontroles veerde iedereen in de bus recht en de passagiers werden nerveuzer naarmate we de hoofdstad naderden. Het Ouagadougou waar ik maandagnamiddag doorstruinde was een compleet andere stad, het was een stad in shock. Geen muziek die uit de kraampjes schalde, zelfs geen opdringerige verkopers die me “bonjour les blancs cava” toeriepen.

Vrijwel alle winkels waren leeg, overal waren de vitrines stukgeslagen en wie niet bestolen was, durfde zijn winkel niet open te houden. Militairen regelden de bedeling -en incasseerden de opbrengst – van de brandstof. Maandagnacht was het relatief rustig in Ouaga, dat was het overigens niet op zo’n 15 kilometer van het centrum- maar ik sprak veel mensen die nog natrilden van wat hen overkomen was. Ook de Franse uitbaatster van patisserie La Bonbonniere, vlak bij de centrale markt, had ongewenst bezoek gekregen. Militairen hadden alles kort en klein geslagen en meegenomen wat niet vastzat. In dezelfde straat hadden ze 26 250cc-moto’s gesnaaid. In een herberg die populair is bij backpackers had een Chinese vrijwilligster een klap gekregen met de kolf van een geweer toen ze haar laptop niet meteen had willen geven.

s’Avonds moest ik me voor 19uur, de avondklok, naar mijn hotel begeven. Het was dan ook met enige haast dat ik mijn busticket voor een enkeltje Ouaga – Kumasi wilde halen in het station. De situatie in het station was zonder meer chaotisch te noemen. Het leek wel of iedereen naar Kumasi wilde. Boefjes profiteerden van de verwarring om mensen te overvallen. Ik was niet de enige van wie 20.000 CFA’s (dat is meer dan het lijkt: 30 euro) uit de handen gegraaid werd. Vanuit de taxi naar het hotel zag ik verschillende vechtpartijen. Dinsdagochtend reed ik,met een bus vol vluchtende handelaars en terugkerende Ivorianen naar Kumasi. Het was een behoorlijk vermoeiende tocht van 24 uur. Dat had wat te maken met de Ghanese douane, die ons eerst aan de grens 5 uur vasthield en vervolgens eindeloos veel wegcontroles uitvoerde. Ze deed dat vooral om wat bij te verdienen. De prijs van een niet-gecontroleerde bus was 200 cedi’s (100 euro), maar dat vond Destiny travel wat veel en daarom werd er 5 uur onderhandeld. Ik was al lang blij dat ik heelhuids in Ghana geraakt ben.

Hoe reageerden Burkinezen op het geweld?

Behalve bang waren heel wat Burkinezen ook razend kwaad. Ik heb werkelijk niemand gevonden die begrip kon opbrengen voor de plunderingen van hun soldaten. Hoewel de president, Blaise Compaore, bij een groot deel van de bevolking een zekere populariteit geniet, zijn er ook wel heel wat kritische geluiden te horen. Na 24 jaar zit zijn tijd erop, vinden die. Maar de inwoners willen Blaise niet te allen prijze uit het zadel wippen. Een politieke en economische malaise is werkelijk het allerlaatste wat dit straatarme land nodig heeft. Bovendien ontbreekt het volgens velen aan een serieuze tegenkandidaat en zou het post-Compaore-Burkina Faso onmogelijk stabiel kunnen zijn. Nu er na Ivoorkust ook in Nigeria opnieuw post-electoraal geweld losbarst, taant het geloof in democratisering in deze West-Afrikaanse regio. Of zoals een handelaar het hier zei: “la democratie est une bonne chose, mais c’est pas pour l’Afrique”. Laten we hopen dat hij gauw ongelijk krijgt.

Geplaatst in Ghana news | Tags: , , , , , , , , | 5 reacties

Het noorden kwijt

Hier is een blog heengegaan, had u kunnen denken. Niet zo: ik heb de voorbije week gewoon te veel nieuwe excuses verzameld om mijn niet-bloggen te vergoeilijken. Er was het bezoek aan het vluchtelingenkamp Ampain, er waren de lange reistijden en de desolate plekken in Noord-Ghana.

Niet dat er niets te schrijven valt over de voorbije paar dagen. De rit van de Westkust naar Tamale was bijzonder. Een eerste etappe leidde via de bosrijke heuvels van de Ashanti-provincie naar Kumasi, de tweede grootste stad van Ghana. De stad glooit als een boog rond de onvoorstelbaar gigantische marktplaats, de grootste markt van West-Afrika. Nu, de meest Afrikaanse markt is het zeker niet. Naast fruit en groenten zijn het vooral Chinese namaakproducten en afgedankte kleren uit Europa die hier verkocht worden.

De tweede etappe toont de kloof tussen het zuiden en het noorden van het land, live aan het raam van de bus. Achter elke bocht verliest het bos bomen, tot de grassen en de leeuwenkoningachtige bomen het overnemen. Het wordt heter en droger. Door het landschap, dat intussen een savanne geworden is, lopen en fietsen mensen in lange witte kleren. Dorpen zijn verzamelingen hutjes rond de moskee. Kinderen krijgen gezwollen buikjes. Eerst zwaaien ze met hun vlakke hand, daarna vouwen ze hun handen tot kommetjes. De bus zoeft verder en borden langs de kant de weg leren ons dat hier Europese voedselhulpprogramma’s lopen. Voor het eerst zie ik het Afrika dat ik op zo vaak op televisie had gezien. Ik speur de einder af. Op zoek naar de leeuwenkoning of een olifant van National Geographic ofzo. Ik raak het noorden kwijt en mijn vermoeide geest raakt verstrikt in een web van associaties.

Geplaatst in Background, Terzijde | Een reactie plaatsen

Koffie, croissants en sigaretten

Aflao is nauwelijks een straat van Lomé verwijderd en dat maakt het contrast tussen beide steden alleen frappanter. De hoofdstraat, die de facto de enige verbindingsweg vormt tussen Abidjan (Ivoorkust) – Accra – Cotonou (Benin) – Lagos (Nigeria), is netjes onderhouden aan de Togolese kant van de grens. Er is opvallend minder zwerfvuil langs de straat en de belendende riolen zijn helemaal dichtgemaakt – dat is wel even anders aan de Ghanese kant waar iedereen naar hartenlust in open riolen poept. Lomé heeft ook niet de sloppenwijken die Accra zo ontsieren en eigenlijk heeft de stad meer weg van een ingeslapen provinciestadje dan van een hoofdstad.

De grens die we te voet overgestoken hadden scheidde de anglofone en francofone wereld en dat was duidelijk te merken, niet in het minst in het culinaire aanbod. “La cuisine” was zalig: steak au poivre met frietjes of puree, drinkbare tafelwijn, degelijke koffie, croissants en vers brood: het was allemaal al even geleden. De Engelse erfenis weegt nog loodzwaar op de Ghanese eet- en kookgewoontes moet u weten.

Niet dat we in Lomé niets anders gedaan hebben dan copieuze hoeveelheden koffie, pastis en patisserie naar binnen gewerkt. We kuierden tussen de bezige straatjes van de Grand Marché, we crossten achterop een moto de stad in en maakten veel ‘amis’. Akkoord, het gros van de activiteiten tijdens deze Lomé-trip valt wel degelijk onder de noemer ‘lanterfanten’ te plaatsen. Het is de sfeer in Togo geloof ik. Na de razendsnelle zonsondergang deden we wat barretjes aan. Een gendergemengd publiek vulde de terrasjes, deze Saint-Germain knalde luider dan goed was uit de speakers, iedereen rookte sigaretten. Dat is in Accra anders, daar wordt nauwelijks gerookt en bestaat het vrouwelijk cliënteel in de avondbars, op enkele blanken na, uitsluitend uit dames van plezier, ‘working ladies’ zoals die hier heten.

De volgende dagen voeren we per (lekke) pirogue (dat is een nogal eenvoudig bootje) naar Togoville, pasten we met 25 mensen, 2 kippen en een ton handelswaar in een taxi-brousse en belandden we op een voodoomarkt met apenschedels, opgezette hondenkoppen en dode kameleons. Nu blijft de vraag wie zich aan dergelijk geschenk mag verwachten.

Geplaatst in Background | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Zo toogden we op reis naar Togo

Het is hier andermaal stil geweest. De voorbije week mocht een drukke werkweek heten, die meer impressies bracht dan ik hier kan neerschrijven. Kort samengevat hoste ik van een niet onbesproken Chinese wapenfabrikant die zich voor de gelegenheid bezighoudt met het fabriceren van veldziekenhuizen naar een niet oninteressante boekpresentatie, een donatie, een verhaal over genitale kankers en een presentatie over het gebruik van “properly iodated salt”.

Donderdagmiddag zouden we (3 mensenrechtenstrijders, een stagiaire van het Brits consulaat en ikzelf) het land verlaten. Een trotrorit bracht ons in 5 uur van Accra, over industriestad Tema en de Voltadelta in Aflao, een spookstad aan de grens met Togo. Misschien was het het late uur van onze aankomst, misschien waren het de stofwolken die lui in de straten hingen, maar de sfeer in het stadje was er een van illegaliteit. De trotro hield halt op het daartoe voorziene plein omstreeks 21.55. De grens zou gesloten worden om 22 uur, we liepen. Zij die ons tegemoetkwamen, riepen ons toe. “Dépechez-vous, vite!”. We liepen sneller. De beambte aan de Ghanese kant van de grens was nerveus maar behulpzaam. Nauwelijks enkele seconden later liepen we door de gietijzeren poort Ghana uit. Onze vreugde was kort van duur. De Togolese kant was afgesloten. Een paar gekken hadden zich inmiddels over de houten omheining gewerkt en boden aan de poort te openen – tegen betaling. Het duurde geen vijf seconden voor ze de geïmproviseerde beveiliging (een touwtje rond de krakkemikkige poort) losgepeuterd hadden. Iedereen riep naar ons. Doe dit, klim over het houten hek, kom terug door de poort naar Ghana. De verwarring werd pas helemaal compleet toen twee Togolese militairen met stokken naar de poort kwamen gelopen. Onze ‘hulpvaardige” dieners kregen er van langs.

Het werd nog beter. Op het moment dat we besloten om terug naar de Ghanese kant te vluchten – je weet maar nooit waar die Togolese stokken eindigen- sloten de Ghanese ambtenaren de poort voor onze ogen. Daar zaten we dan, gevangen in een stukje niemandsland. Vanaf hier wordt het verhaal minder spannend. De Ghanese beambte die ons eerder geholpen had met de stempel kwam toegesneld, de poort werd geopend en ze begeleidde ons naar een goedkoop hotel. Wij zouden de grens vrijdagochtend oversteken.

Zo geschiedde en het ging nog vlot ook. Een halfuur nadat we ons opnieuw aangeboden hadden bij de al minder spookachtige grenswacht, waren we in de Togolese hoofdstad Lomé. De grens die we zo moeizaam overgestoken hadden, scheidde sterk verschillende landen, zoveel was gauw duidelijk. Wordt vervolgd…

Geplaatst in Terzijde | Tags: , , , , , , | 3 reacties

Accra psychiatric hospital

Het was een afgepeigerde versie van mezelf die zich gisterochtend in de trotro hees. Zoals dat hier wel vaker gaat, was het namelijk iemands laatste avond geweest en dat hadden we gevierd zoals het hoorde: met een tocht langs de dakterassen van Osu, de duplexdansers van Duplex en de eerder deemoedige bezoekers van Jokers. Afijn, we noemden het een geslaagde avond, met mieters jolijt om de levende absurditeiten waarlangs onze liederlijke tocht slingerde.

Het avondlijk vermaak hield me nog in een houdgreep van onbezorgde opgetogenheid toen ik het checkpoint voor het psychiatric hospital doorliep. Het was al de tweede keer in een week tijd dat ik de zichtbaar verveelde bewakers groette. Woensdag was er een korte ceremonie geweest in het ziekenhuis. WAEC, de West African Examination Council, had matrassen, kleren en huishoudspullen gedoneerd. Het was een kort verhaaltje met nogal weinig nieuwswaarde, maar toch probeerden ze me 20 cedi’s toe te schuiven. Ter duiding: dat is een zesde van het gemiddelde huishoudinkomen (man+ vrouw + kinderen) in de regio.

Gisterochtend was ik terug om een andere reden. Samen met collega Fauzia zou ik een verhaal schrijven over de repatriëring van 600 “mentally challenged inmates”. Eerst interviewden we de directeur van het ziekenhuis, vervolgens spraken we met de mensen die de repatriëring geleid hadden. Met wisselend succes had het team de patiënten naar hun gemeenschap teruggebracht. Veel patiënten hadden meer dan de helft van hun leven in het ziekenhuis doorgebracht. Ze wisten niet meer uit welk dorp ze kwamen, of ze werden niet herkend door hun familieleden. Bij anderen was het hele gezin verdwenen. Telkens zat er niets anders op dan terug te keren naar het ziekenhuis. Initiatieven voor begeleid wonen of andere alternatieven zijn hier niet.

Het hoofd van het team vertelde. Vier jaar geleden werd een vrouw met een 7-jarig zoontje van straat geplukt. Het zoontje werd toevertrouwd aan de gemeenschapsvoorzieningen en de vrouw werd geïnterneerd. Als jong meisje had ze in een dorp ten noorden van Tamale (in het inlandse noorden van Ghana, bij de grens met Burkina Faso) gewoond. In een laaiende ruzie had ze d’r moeder een heks genoemd. De dorpsbewoners hadden de moeder daarop gestenigd. Ze had de steniging overleefd, maar de dorpsbewoners verjoegen haar naar de bossen. Een paar dagen later bezweek ze. Het duurde niet lang voor ook het meisje verdacht werd van hekserij. Nog voor ze naar de stad kon vluchten, werd ze brutaal verkracht door alle mannen van het dorp.

Tegen de tijd dat ze in het zuiden van het land verzeild was, was het meisje een gebroken vrouw geworden, met een kind waarvoor ze niet kon zorgen. Na vijftien jaar in het ziekenhuis werd ze genezen verklaard. Zij was een van de gerepatrieerden, of dat had ze moeten zijn. Want toen het team in het dorp aankwam, werden ze weggejaagd door de furie van een woeste menigte. De vloek was nog niet voorbij, zij had volgens de bewoners nog niet genoeg geleden. Niet veel later zou ik deze vrouw te zien krijgen in ward 1.

Deze en andere verhalen waren dan al verbijsterend. In de wards binnengaan was pas echt een klap. Nooit in mijn leven heb ik zoiets gezien. Een stagiair van het ziekenhuis opende het traliewerk en Fauzia en ik liepen het binnenplein van ward 1 op. Eerst was er alleen die misselijk makende geur. Dan draaiden we de hoek om. Ik zag dieren, al probeerde ik mensen te zien. Schril krijsend en compleet naakt kwamen ze op ons afgestormd. Fauzia zette het op een lopen, ik probeerde de kalmte te bewaren maar ik was echt bang. Sommigen lagen op het beton op de grond te slapen. Een vrouw zat haar gevoeg te doen tegen een muur. Een gele rivier stroomde het naar beneden hellende plein af, naar de plek waar andere vrouwen lagen te rusten. En er is een cholera-uitbraak, dacht ik toen. De vermeende heks zag ik ook. Ze liep rondjes in een afgesloten ruimte. Ze was een gevaar voor de andere vrouwen, zei de stagiair. Vorige week had ze een verpleegster proberen wurgen.

Nadien gingen we naar de mannenward. Hier was het rustiger, we werden niet bestormd. Fauzia kreeg niet mis te verstane aanzoeken. Veel deuren waren op slot. Of we een kijkje mochten nemen? Nee, zei de stagiair. Zelfs hij was daar nog nooit binnen geweest. Door de raampjes riepen opgesloten schimmen ons toe dat ze weg wilden.

Dit is, zonder overdrijving, de akeligste plaats waar ik ooit geweest ben. De deprimerende verveling, het wachten tot de dood, het absolute gebrek aan activiteiten, de overbevolking, de willekeur van de plaatsing. Ik kan me niet inbeelden dat iemand in zo’n omgeving beter kan worden. Dit is een donkere tunnel, maar wit licht komt er niet.

Geplaatst in Background | Tags: , , , , , , | 4 reacties